Gij zijt ook één van ons

Laat mij u even een statistiekje geven.
42 procent.
Dat is het totale aantal allochtonen dat in Antwerpen wordt geschat. Zoals velen onder ons beschouw ik mezelf als een tropische wereldburger die daar makkelijk mee kan dealen. Ik ben iemand die steeds luid applaudisseert voor indianenmuziek en in eender welke taal graag een Surinaamse loempia bestelt.

Laat die smeltkroes maar komen! Ruimdenkend als ik ben, geniet ik ervan, om zonder pepperspray rond te fietsen in mijn vertrouwde, kosmopolitische stad.

42 procent.
Dat is best veel hé?
Ik moet u eerlijk bekennen, van die 42 procent ken ik niemand echt persoonlijk.
42 procent.
Wie zit daar allemaal tussen?
Mensen met een verhaal, een verhaal nog niet verteld.
Omdat ik, tropisch als ik ben, toch op mijn eiland blijf.
Lezend in een Lonley Planet, geïnteresseerd als ik ben.
Met een geïmporteerde zonnebril die niet verder rijkt dan naar wat ik ken.

Daarom wil ik het even opnemen voor het sociaal-artistieke theater Sering dat dreigt te verdwijnen.
Een theater gelegen in het hartje van Borgerhout, met aan het hoofd Mia Grijp, die brutaal, maar met een vertederende toewijding elke dag vecht voor een dialoog met andere culturen. Dit alles open en bloot op het toneel.

Dankzij Mia leerde ik tijdens mijn studie theaterwetenschap 6 geweldige Marokkaanse actrices kennen. Vrouwen met een stem, die ik bijna nooit hoor. Omdat ik al te veel met een koptelefoon door de straten loop. De melodieën op mijn afspeellijst zijn bekend, dat luistert makkelijker.
Vooroordelen vormen de ruis voor een nieuw liedje.
Vermenging vraagt daadkracht.

De filosofie van Mia Grijp luidt als volgt “Breng alles samen wat er in het leven aan mensen rondloopt. Breng dat samen en maak daar dingen mee.”

Misschien is dat wel de échte kunst? Of hoe Stefan Perceval het stelt: “Hoe zou het zijn mocht elk kunstenaar, al was het maar af en toe, even naar beneden komen en daadwerkelijk investeren in een ander dan zichzelf?”

Ik hoor maar al te vaak “pas u aan of verdwijn”, terwijl het hier pas zal marcheren als er sprake is van een vervlechting. Een tropische reis naar een land dat we nog niet kennen. Een beetje als een toerist maar dan zonder reisapotheek en retourtje. Een toerist die zich laat onderdompelen door een onbekende zee. Zo komen er talenten bovendrijven, dat weet ik wel zeker.

Ik sluit af met een citaat van Amina, één van de Marokkaanse actrices, en daarna hoop ik dat jullie de petitie tekenen zodat Sering verder kan blijven bestaan:

“Ken je de truc van inbeelding al? Het geheim van fantasie, de wereld van vindingrijkheid. Ik denk dus ik ben, dus denk ik me groot, of klein, wie ik ook wil zijn. Ik denk me vliegend zonder vleugels, ik grijp wolken en pluk sterren. Ik kom op plekken waar niemand komt. Niemandsland is mijn thuis. Je mag me raar vinden of gek maar weet dat je er zelf nog niet bent geweest. Daarom heet ik je van harte welkom in mijn wereld.”

http://www.petities24.com/moet_sering_sluiten

Niks doen

U heeft de 10 miles gelopen. U heeft uzelf bewezen dat u een driegranendieet kan volhouden. U bent in staat om uw neus te raken met het puntje van uw tong. Wacht u op een nieuwe uitdaging? Dan heb ik misschien iets voor u. Doe eens niks. ‘Oh, maar da’s makkelijk’ zie ik u al denken.

Maar doe eens niks. Op uw eentje. Zonder schuldgevoel.

Dat is heel ingewikkeld.

Vandaag ga ik niks doen. En dat is, in een wereld waarin schuldgevoelens worden gekweekt als goedkope kamerplantjes, niet evident. Maar ik doe het gewoon. En elk schuldgevoel zal ik venijnig de nek omwringen door mezelf lief en zachthandig toe te fluisteren je hebt het verdiend.

Oké, we gaan eraan beginnen.

Bij het niksen is het belangrijk om in pyjama te blijven, zonder te douchen. Ik maak dus geen frisse indruk, maar dat heb ik verdiend. Al niksend ga ik aan tafel zitten en toast ik 2 sneetjes brood. Pas bij het tweede sneetje brood zie ik dat het brood beschimmeld is.

Ik zie mezelf in een pyjama die ik al van m’n 12de draag – een te grote witte T-shirt met Pink Panter erop getekend – met een harige toast in mijn handen en een groene schimmel in mijn maag. Ik vraag mezelf af: waarom kan ik niet – zoals in die reclames van Kellog’s Special K – op een hippe manier niks doen?

Je hebt het verdiend.

Ik refresh mijn Facebook. Iemand heeft zijn cappuccino gefotografeerd. Een statusupdate verkondigt een intelligente kritiek over een maatschappelijk probleem. En wat doe ik? Niks. Misschien moet ik me inschrijven in een vrijwilligerskamp in Soedan.

Je hebt het verdiend.

Ik kijk naar een film van Gus Van Sant. In Restless zijn twee mensen verliefd. Ze niksen in het park aan de fontein, ze niksen in geheimzinnige kraakpanden en op de koude stoep liggen ze uren lang verstrengeld in elkaars lichamen. Als je verliefd bent is het romantisch om te niksen.

In mijn niksoord ‘de Zetel’ ben ik ondertussen omsingeld door een x-aantal verfrommelde Côte d’Or Mignonnettes papiertjes.

Je hebt het verdiend.

Ik denk aan Tom Barman, die laatst in een interview zei:
als je niks doet
gebeurt er iets heel ergs
namelijk:
niks

‘Wat gaat dat vrouwmens ons vertellen?’

Het is midden in de nacht in een onrustige, verwachtingsvolle stad. Ik sta op een podium in een Antwerps café, klaar om mijn cabaretvoorstelling te spelen. Met mijn kin omhoog frul ik zenuwachtig aan m’n jurkje. Op de eerste rij zit een groepje ruige kerels in jeansvestjes die me stoer aanstaren met hun – vermoedelijk – zesde Jupiler in de hand.

Ze lijken me geen sceptische types, maar vanavond zijn ze dat uitzonderlijk wel. Ik zie hen denken ‘wat gaat dat vrouwmens ons vertellen?’

Mijn zachte stem klinkt door de micro. Ik zeg iets over de kracht van een seconde, mijn verslaving aan quotes en een herinnering over verliefd naaktzwemmen in de zee. De ruige kerels zitten met hun handen in de zakken, achteroverleunend, macho-achtig te wezen. ‘Komaan, raak die mannen’ zegt een overmoedig stemmetje in m’n hoofd.

Ik ga verder met het propageren van mijn romantische visie op de liefde in het decor van het broeierige nachtleven. Eén van de mannen neemt een slok van zijn Jupiler. Zijn doorbloede ogen verraden dat het zijn 8ste is. Net in de pointe van mijn pleidooi zie ik de man – iets te ver achteroverleunend – een aanval tegen de slaap trotseren. De slaap wint. Zijn barkruk begint te wankelen en in minder dan een seconde kapseist de zuipschuit. Ik kijk sceptisch naar zijn paardenstaart in de zee van gemorst bier.

Na de voorstelling probeer ik een nagesprek aan te knopen met de inmiddels ontwaakte vijand. Ik vraag hem hoe hij bij mij is terecht gekomen. Hij lacht een beetje dronken, maar zegt nuchter: via www.gratisinantwerpen.be

Een vriendin ziet een kleine ontgoocheling in mijn ogen. Ze probeert me te troosten door advies te geven: ‘misschien moet je jezelf meer als een diva kleden, een tijgerlegging ofzo.’

Misschien raak ik hem dan wel.

Trouwe dienaar in deSingel

Een goed kunstenaar leert ons het leven beter te bespelen.

Laatst kreeg ik in de nieuwe roman van Arnon Grunberg weer een tip: bekijk het leven als een hobby.

Alsof een hobby iets plezierigs, eenvoudigs of ontspannends is.

Hobby’s geven mij stress. Als 8-jarig meisje was ik diep bedroefd omdat ik die gele tennisbal niet binnen de witte lijnen kon smashen. De tennisleraar raadde mijn moeder aan om een bezoek te brengen aan de oogarts, maar met mijn zicht was alles méér dan in orde. Op zondag stond ik met een pruillip baseball te spelen bij de scouts. Ik hield niet van dat lelijke uniformrokje, waarin mijn magere meisjesbenen steeds bevroren. Tijdens de tekenles tekende ik 2 jaar lang dezelfde afgrijselijke paradijsvogel die ik had afgekeken van mijn buurmeisje, wegens gebrek aan inspiratie. En op salsales leed ik onder ongewenste intimiteiten van mijn bezwete, langharige danspartner waardoor ik geen enkel danspasje correct kon uitoefenen.

Sorry, Grunberg, voor mij is een hobby het ideale voedingssupplement om onzekerheden aan te zuiveren. Ik doe niet mee.

Maar als trouwe dienaar blijf ik hongerig op zoek naar tips voor een beter leven.
Ik laat ze jullie zeker weten.

Hoe bereid ik een eenheidsworst?

De feministe van vandaag heeft een grote bek, maar blijft liever anoniem. Toch voelen wij ons gepakt. Mannen zijn vuile geilaards en daarvoor zullen ze boeten. Turtelboom kondigt de nultolerantie aan. De glans van een charmant compliment wordt op gewelddadige wijze afgeschuurd.

Toegegeven, het veroordeelde geslacht heeft het ook niet makkelijk. Laten we hen een handje helpen. Hier enkele tips voor de moderne vrouw om seksuele intimidatie te voorkomen:

1. Vanaf nu draagt u enkel gewaden waarin geen enkele vrouwelijke vorm te bespeuren valt. Probeer op een goedkope tent te lijken. Ideaal is als u ‘s nachts wordt verward met een zwarte motorhoes.

2. Laat uw blonde snorharen zwart verven.

3. Stel de tandartsbehandeling voor tandsteen een paar jaartjes uit. Wanneer u in vol enthousiasme uw inhoudsloze verhaal uitspuwt, zal de nodige afstand bewaard worden.

4. Wanneer uw baas zijn Parkerpen laat vallen buigt u zich voldoende voorover zodat uw harige bilspleet én goedkope tijgerstring duidelijk zichtbaar worden. U zal vanzelf wel merken dat dit de ultieme wapens zijn tegen machtsmisbruik.

5. Loop een buikgriepje op en leg tot in detail uit hoe uw lichaamssappen er qua kleur, geur en consistentie uitzien. Wanneer u een braakaanval voelt naderen bent u niet gegeneerd hem te vragen uw gele, vettige paardenstaart in de hoogte te houden zodat u vrij kan kotsen.

6. Op café neemt u drie slokken van die bruisende cola en laat dan een overdonderende boer.

7. Door deze krachtinspanning heeft u uw anussluitspieren niet meer onder controle en ontsnapt er een luidruchtige trilling vanuit uw tijgerstring. (Ik weet het, ernstig genomen worden als vrouw, vraagt een hoge tol).

8. Wanneer u zelf de behoefte voelt om een man seksueel te intimideren, willen wij, als organisatie ‘de vunzige wijven’, u aanraden om geen verkeerde signalen door te seinen. Maak de man in kwestie duidelijk dat het maar voor één keer is. Zo heeft u de dagen daarop geen last van traumatiserende smsjes en hoeft u niet expliciet ‘néén’ te zeggen, want dat vreet energie!

9. Tijdens de wip gedraagt u zich als een verlamde, uitgedroogde mossel die nooit meer week kan worden. Wanneer u tot een hoogtepunt komt, zorgt u ervoor dat u zijn rug tot bloeden toe openkrabt. Kreunend brult u ‘lang leve de emancipatiestrijd!’

10. Als er – ondanks alles – toch nog een man is die het waagt om een compliment te maken, lach dan beleefd terug en lever 10 jaar later een klacht in.
Getiteld ‘van compliment tot incident.’
Probeer zowel zijn professionele als privéleven te ruïneren.
Vernietig, verwoest, verdelg, vermorzel tot hij niemand meer is.
Kraak de womaniser kapot.

Als u deze tips nauwlettend volgt kunnen wij u voor 99 procent garanderen dat u nooit meer last zal hebben van seksuele intimidaties op de werkvloer én daarbuiten. Alvast veel succes gewenst!

Aankondiging van mijn debuutroman

Stand van zaken: ik ben 24 jaar en ik ben al 6 jaar niet in staat om een vaste relatie aan te knopen. Vooral mijn vader maakt zich daar zorgen over. Als ik thuis de zoveelste Kinderbueno naar binnenwerk, om de leegtes van mijn soms opkomende eenzaamheid op te vullen, vraagt hij me ongerust ‘ga je nu wéér naar zoet grijpen?’ Hij maakt zich zorgen over mijn figuur en mijn aantrekkelijkheidsgehalte. Dat vind ik op zich wel lief.

Eerst dacht ik dat het door mijn afwijking, bindingsdrangst* kwam dat ik niemand kon krijgen, maar na enkele jaren vol zelfreflectie heb ik inzicht gekregen in mijn probleem: ik kan alleen verliefd worden op schrijvers.

Ik ben het type vrouw dat graag filosofeert aan de toog. Ik wil ons ondoorgrondelijke brein kapot analyseren, intense emoties ontrafelen en ingewikkelde vraagstukken oplossen die onze wereld kunnen verbeteren. Ik heb een hekel aan dat kwekkebekken over niets. Ik wil confrontaties, onthullingen en geheimen. De gemiddelde caféganger heeft daar meestal geen zin in. Na een lange week op kantoor houdt hij het liever leuwk en luchtig. Liefst niet te zwáár. Als ik dan op mijn aller verleidelijkst een emotioneel geladen semi-intellectueel pleidooi voer, wimpelen die mannen mij genadeloos af. Ze snoeren mij de mond en duwen me op de dansvloer.

De rest van de avond sta ik dan ongemakkelijk en in een afremmend overbewustzijn danspasjes uit te oefenen.

Daarom blijf ik de laatste tijd gewoon thuis met een boek. Dan verdiep ik me in de literatuur van Grunberg, Giphart en Coupland. Stuk voor stuk schrijvers waarop ik smoorverliefd zou kunnen worden. En dan moet u weten, die mannen, die zien er niet uit! Die zijn lelijker dan een gepensioneerde chihuahua, een communistisch bouwwerk of een Fiat Punto Grande. Maar de humor, de filosofie en hun observaties bezorgen me een goddelijk voorspel. Schrijvers, het zijn mannen waarvoor ik naakt op bed ga liggen en zeg: doe met me wat je wil.

Maar waar – in godsnaam – zitten al die schrijvers verstopt? je vindt ze in 100.000 oplagen in de Fnac maar je komt ze nooit tegen op café! Die leiden een kluizenarenbestaan achter hun schrijftafel.

De schrijftafel, de heilige plek waar hij tot al die slimme inzichten en metaforen komt die mij naar hogere sferen leiden. De schrijftafel waarop ik de liefde met hem zou kunnen bedrijven, tussen de potten Oost-Indische zwarte inkt en het geritsel van de manuscripten.

Gelukkig is er hoop. Doorheen het hele jaar is er één happening waarvoor al die schrijvers uitzonderlijk de deur uitgaan: hét boekenbal in de Amsterdamse schouwburg. Daar krioelt het van de literairen. Als een geheime zee vol siervissen. Als een magische moestuin vol verse aardbeien. Als een exclusief reservaat vol getemde geile tijgers.

Het wordt dus dringend tijd dat ik mijn debuutroman schrijf. Want voor iedereen geldt dezelfde regel: no writer, no entry. Life is a bitch.

Ik heb een antieke schrijftafel besteld via eBay. Ik kom de deur niet meer uit vanaf nu. Ik heb ook nog een zwarte kat uit het asiel laten overbrengen, gratis en voor niets. Die zal mij van strelingen en aandacht voorzien tijdens deze sombere, eenzame dagen op mijn zolderkamer. Ik word schrijfster. Met een beetje geluk krijg ik dan een uitnodiging voor hét boekenbal 2013.

Ik, op de rode loper in een cocktailjurk met een glas rosé champagne. Ik, die een beklijvende roman schreef over het post-romantisch feminisme. Ik, die knipoog naar een lelijke schrijver.

Er is alleen één ding waarvoor ik doodsbang ben. Dat, als ik dan uiteindelijk, na al die moeite, met een schrijver aan de praat raak, deze afwimpelend zegt: ‘sorry, het was een lange week achter de schrijftafel. Hier hou ik het liever leuwk en luchtig.’

Verklarende woordenlijst:
*Bindingsdrangst: Dit ingewikkelde verschijnsel uit zich in het meteen vastklampen aan een persoon wanneer er symptomen van verliefdheid optreden. Door allerlei hormonen worden de hersenspinsels geteisterd door extreme controledrang en panische verlatingsangst. Het lichaam vraagt elke seconde van de dag een bevestiging van de ander zijn liefde. In de overige milliseconden wordt er, reeds na de eerste date, gefantaseerd en gespeculeerd over samen wonen, een zwarte kat en een samenlevingscontract. Dit wordt doorgaans als afschrikwekkend ervaren door de tegenpartij.

De romantische feministe

Stel, je zou mij vragen of dat ik een feministe ben. Dan zou ik het liefst volmondig ‘ja’ schreeuwen. Maar het probleem is dat de term ‘feministe’ te complex is geworden. Caitlin Moran profileert zich in haar pas verschenen boek How to be a woman, als dé feministe van de 21ste eeuw. Dit doet ze met humor, zo stelt ze dat een Brazilian wax een eufemisme is voor ‘een rampzalig veel onderhoud eisend, jeukend, koud-uitziend kinderkutje.’ Maar jammer genoeg geeft ze de verkeerde tips.

Zo raadt Moran aan om onbezorgd dik te zijn, want ‘dik is ons ras. Onze soort. Onze leefwijze.’ Moran kleedt zich liever slordig. De dwang om er fabuleus uit te zien als vrouw hangt haar de keel uit. Meer zelfs, wanneer een mooie vrouw de ruimte binnenkomt, zijn er maar twee mannelijke reacties mogelijk: ‘ofwel voelen ze zich geïntimideerd, ofwel willen ze haar neuken. In beide gevallen ontmenselijkt het.’ Aldus Moran.

Caitlin Moran trekt ons de stiletto’s en de tanga’s van het lijf.

Ik heb het niet voor feministen in een te grote, witte onderbroek.
Met okselhaar.
Zo eentje op Crocs.
‘Gewoon omdat het makkelijk zit.’
En die bestellen dan tomatensap op café.
Ik word er misselijk van.

Mooi zijn ontmenselijkt niet. Mooi zijn is een oerinstinct. Dat is al eeuwen zo. Kijk maar naar de Maya’s, de jonkvrouwen, de gladiatoren, de cowboys en de prinsessen. Neem ons de schoonheid niet af. Iederéén wil mooi zijn, zonder commentaar.

De feministe van tegenwoordig neemt de rol van de dominante man in handen. Ze gaat ons vertellen hoe we succes moeten boeken en hoe we eruit moeten zien. Een korset of een seksloze witte onderbroek? Wat is het verschil? Het blijft een keurslijf waarin we ons moeten worstelen. Een statement dat we zogezegd moeten maken. Ook geeft ze nooit toe, dat ze een mannenhaatster is. Maar als het puntje bij paaltje komt, vindt ze het mannelijke ras toch een grote ontgoocheling. Mijn advies: wees een romantische feministe.

De romantische feministe gelooft dat de liefde alles overstijgt. De liefde voor een kind, voor de natuur en voor zichzelf. De man is geen vijand. De man is een toevluchtsoord, soms gelegen in een mijnenveld, soms gelegen in het paradijs. Ze is zich bewust van haar vrouwelijke sensualiteit en heeft geen doctrine nodig.

Ze gaat niet op een stoel staan brullen en schreeuwen, maar twijfelt en analyseert.
Soms nuchter bij een bureaulamp.
Soms zweverig onder de maneschijn .

Als ze liefkoost verwacht ze dat de tegenpartij de kunde van het vrouwelijke lichaam beheerst. Ze is hongerig en rebels. De romantische feministe strijdt voor haar eigen groot gelijk. Zo wacht ze op een wonder, en als het wonder niet komt, slaat ze de deur dicht en laat ze alles achter. Onafhankelijk als ze probeert te zijn.